Actie!

Gisteren zat ik mezelf dwars. Ik was moe, voelde me niet lekker, was chagrijnig. Had geen zin om iets te doen, maar niks doen irriteerde me. Mijn broertje haalde me met een sterk staaltje omdenken over om een stukje te gaan fietsen.

Twee uur en 25 kilometer later kwam ik bezweet weer thuis. Wat was dat heerlijk! Vervolgens kon ik heel tevreden met een boekje op de bank hangen en lekker niks doen.

Vandaag zijn we een stuk gaan wandelen over de Posbank. Heerlijk om zo ver om me heen te kunnen kijken. Overal prachtige kleuren; alleen de hoger gelegen delen waren wat droger. Wat een rust, ondanks dat we echt niet de enigen waren die een rondje wandelden.

De wind voelen, het verschil tussen de zon die op je huid schijnt, of net achter een wol verdwijnt. De wind en insecten horen, ruisende bladeren in de bomen. Verschil in ondergrond – stevig, mul zand of asfalt. De schaapskudde met hun herder(shond) op zoek naar dat ene verloren schaap.

Uit veel verschillende onderzoeken blijkt dat buiten zijn (en buiten sporten al helemaal) goed voor je is. Onder invloed van UV-licht maakt je lichaam vitamine D aan, wordt de aanmaak van melatonine (slaaphormoon) en serotonine (gelukshormoon) gestimuleerd en daalt het cortisol niveau (stresshormoon).

De rust die je in de natuur vindt zorgt ervoor dat je brein tot rust kan komen; er zijn simpelweg minder prikkels te verwerken. Je oogspieren worden getraind; je kunt verder van je af kijken en je ogen laten ronddwalen, er is meer variatie tussen ver weg en dichtbij. (buiten) bewegen zorgt ervoor dat piekeren onderbroken wordt; er is aandacht voor iets anders dan het denken. Er ontstaat ruimte voor andere ideeën, je kunt creatiever denken.

Ik weet dat er zoveel voordelen kleven aan (buiten) bewegen. En toch schiet het er vaak bij in. Geen zin, moe, een volle agenda. Stiekem allemaal redenen om juist wél te gaan.

Ook voor kinderen is het belangrijk om naar buiten te gaan. Vooral als je kind aan het eind van een schooldag (of -week) overprikkeld is, behoefte heeft aan rust. Daarom hierbij een paar tips om toch naar buiten te gaan:
–      Plan het in. Het klinkt zo simpel, en dat is het ook:) Blokkeer momenten in jullie agenda en ga erop uit!
–      Regelmatig eventjes de natuur in gaan, blijkt effectiever te zijn dan af en toe heel lang. Een (half) uurtje is dus ook helemaal prima.
–      Laat je kind meebeslissen over de activiteit, bijvoorbeeld door te kiezen uit een aantal voorgeselecteerde activiteiten. Dan wordt bewegen leuker!