Jij een kronkel, ik een kronkel

Ik ben gestart met een nieuwe opleiding. NLP – Neuro Linguïstisch Programmeren. Het geeft me inzicht in patronen die ik ontwikkeld heb, waar ik zogezegd in ‘vast’ zit. 

Tijdens het eerste opleidingsweekend werd me gevraagd een intentie voor de dag te stellen. Ik ging voor de intentie “ik observeer”. Met als achterliggende gedachte dat ik wat meer achterover zou leunen, iets minder diep in interactie met anderen zou duiken, niet diréct een vraag zou stellen als ik iets niet begreep, maar eerst even af zou wachten of het antwoord gegeven werd. 

Je moet weten, ik raak nogal gefrustreerd wanneer ik iets niet begrijp. Tegelijkertijd lijkt het alsof mijn oren (of hersenen) stoppen met werken. Er komt geen nieuwe informatie meer binnen, tot ik begrijp wat ik niet begreep. 

Aan het eind van de dag, tijdens het nabespreken van de intenties, ontstond het besef. Ik had deze intentie helemaal niet voor mezelf gezet. Ik deed het voor de anderen. Ik vond dat ik teveel aanwezig was. Teveel vragen stelde. Teveel aandacht opeiste. Tijd van mijn medestudenten afsnoepte. En dat kon niet. Dus moest ik me inhouden. En dacht ik dat ik een intentie voor mezelf zette. Ik nam mezelf volledig in de maling. 

Mijn wereld heeft jarenlang bestaan uit me aanpassen aan de ander. Doen wat voor een ander goed is. Keuzes maken op basis van wat ik dénk dat een ander wil. Ik was hier zo behendig in geworden, dat ik inmiddels vaak niet meer weet of ík nu iets wil, of dat (ik denk dat) een ander iets wil. Ik vind keuzes maken daardoor spannend. Want op basis waarvan doe ik dat nu eigenlijk? Gevoel, ratio? En is het dan van mijzelf, of van een ander? En van wie dan eigenlijk?

Ik heb lang gedacht (of gehoopt, misschien) dat ik net zo was als anderen. Dat anderen ook zo’n kronkel hebben. Maar inmiddels ben ik erachter dat iedereen op zijn eigen manier naar de wereld kijkt. En dat die voor iederéén anders is. Zaak is om erachter te komen hoe het voor mij werkt. Zodat ik mijn eigen keuzes kan maken, in plaats van te beredeneren op basis van wat anderen misschien gedaan zouden hebben. 

Wat voor mij het beste werkt, is praten. Vragen stellen. Luisteren. Hoe kijken anderen naar de wereld? Ben ik het daarmee eens? En zo nee, weet ik dan wat ik wel vind? Dit kun je je kind ook cadeau doen. Praat met elkaar over dingen. Klein, groot, belangrijk en onbelangrijk. Leer je kind dat hij zijn eigen mening mag hebben, dat die kan afwijken van die van jou, zijn vrienden, juffen of meesters. Dat je anders naar de wereld kijkt, betekent niet dat het verkeerd is. Of dat de ander verkeerd is. Iedereen heeft zijn eigen ervaringen, gevoelens en angsten. Dat maakt wie je bent.