De behoefte achter het gedrag

Ik heb zin in iets zoets. Terwijl ik een halve zak m&m’s naar binnen schuif, merk ik dat ik me niet voldaan voel. Ik word er misselijk van. Ik had eigenlijk helemaal geen zin in iets zoets. Maar waarin dan wel? Achter die behoefte aan zoetigheid schuilt meestal wat anders. Soms ben ik moe. Zo moe, dat alleen een flinke dosis suiker me op de been houdt. Soms verveel ik me, of heb ik behoefte aan contact met anderen.

Het gedrag dat ik vertoon (zoetigheid snaaien) matcht niet met de eigenlijke behoefte (rust, slaap, gezelschap, uitdaging). De afgelopen jaren ben ik er beter in geworden om dit gedrag op te merken en me af te vragen: wat zit erachter? Wat is mijn eigenlijke behoefte?

Bij kinderen werkt dit natuurlijk precies zo. Zij zijn soms nog niet bewust van de intenties van hun gedrag. Van datgene wat erachter zit. Een spelbord wat door de lucht vliegt lijkt alleen maar uiting te geven aan het verliezen van een spelletje. Boosheid om het niet winnen. Terwijl daar áchter bijvoorbeeld de (angst voor) het verlies van controle zit, gezien willen worden, het gevoel hebben het niet goed te doen of niet goed genoeg te zijn.

Hoe je je kind kunt helpen? Door te observeren. Je in te leven, te bedenken “hoe zou ik me voelen, als ik me zo gedroeg?” En je af te vragen waar het gedrag vandaan komt. Wat zit erachter? Uiteraard kun je dit ook aan je kind vragen, maar er is een kans dat hij dat (nog) niet weet. Je kunt je hypotheses of je eigen ervaringen met hem bespreken. “Als ik me zo voel, is dat meestal omdat ik bang ben dat anderen me niet aardig vinden. Hoe is dat voor jou?”. Trek niet zomaar conclusies, maar ga in gesprek.

En wanneer je (samen) ontdekt hebt wat erachter zit, hoeft er ook niet direct iets te veranderen. Als ik iedere keer dat ik zin heb in m&m’s, me eerst af moet vragen of er niet 60 andere dingen spelen en daar ook iets mee zou moeten doen, zou ik denk ik nooit meer rustig op de bank kunnen zitten. Het is ook oké om de emotie op te merken, bewust te zijn van het verlangen, en het vervolgens er te laten zijn of het los te laten. Niet alles hoeft (direct) opgelost te worden.